Voorschot pensioenpremie-inhouding voor militairen in 2019

Defensie en de bonden zijn overeengekomen dat bij militairen in 2019 een voorschot werknemersdeel pensioenpremie wordt ingehouden van 9,28%. Dit premiepercentage is gelijk aan het premiepercentage dat bij militairen in 2018 is ingehouden. Dit geldt tot er tussen Defensie en de bonden een structurele pensioenregeling specifiek voor militairen is vastgesteld. Defensie en de vakbonden (sociale partners) zijn het niet eens over de pensioenregeling die per 2019 geldt. Daarover loopt een procedure bij de rechter. Door het ABP wordt een tijdelijke basispensioenregeling voor militairen 2019 uitgevoerd. Voor deze regeling heeft het ABP eind 2018 een premie vastgesteld. Sociale partners zijn van mening dat deze tijdelijke basisregeling niet in het belang is van militairen. Toch moet er nu een afspraak worden gemaakt over de verdeling van de pensioenpremie die moet worden betaald. Uitdrukkelijk wordt hierbij opgemerkt dat het om een ‘voorschot premie-inhouding’ gaat. Zodra Defensie en de bonden een structurele Defensiespecifieke pensioenregeling voor militairen overeengekomen zijn, die de instemming heeft gekregen van de leden van de bonden, wordt door het ABP een pensioenpremie voor deze nieuwe regeling vastgesteld. Vervolgens maken Defensie en de bonden een afspraak over de verdeling van deze premie tussen werkgever en werknemer. De verdeling van die premie zal

Read more

Opnieuw bezoekt de deurwaarder defensie

De rechter in kort geding in Den Haag heeft in zijn uitspraak van 21 december de vorderingen van de defensiebonden afgewezen. Uit de uitspraak wordt duidelijk dat de kort gedingrechter van oordeel is dat er een afspraak tussen defensie en de bonden zou bestaan, waaruit blijkt dat de pensioenregeling voor militairen sedert 1 januari 2019 gebaseerd is op middelloon. Wij – en dat zijn alle centrales van overheidspersoneel bij defensie – hebben die uitspraak goed bestudeerd en ook naast de uitspraak van de kort gedingrechter in Amsterdam gelegd. Wij zijn nog steeds van mening dat een dergelijke afspraak niet is gemaakt. Dat alleen al was voldoende aanleiding om ons niet neer te leggen bij de uitspraak. Dat de rechter in Amsterdam, in een overigens veel beter onderbouwd vonnis, het bestaan van een duidelijke middelloonafspraak ook niet ziet, zien we als steun. We hebben derhalve besloten om spoedappèl in te stellen. De deurwaarder heeft de hoger beroepsdagvaarding gisteren (7 januari 2019) betekend. Met het overhandigen van de appèldagvaarding aan “de Staat der Nederlanden” is het hoger beroep gestart. Wij hebben de verwachting dat de behandeling in beroep meer tijd in beslag zal nemen dan de kort gedingrechter in Den Haag nodig

Read more

Rechter Den Haag stelt bonden in ongelijk over pensioenafspraken

De kort gedingrechter in Den Haag heeft de bonden geen gelijk gegeven in hun rechtszaak tegen defensie. De eisen van de bonden zijn allemaal afgewezen. Dat geldt overigens ook voor de eisen die door defensie zijn ingesteld als reactie op de eisen van de bonden. Wij zijn teleurgesteld over de uitspraak zelf, maar nog meer over de onderbouwing door de rechter.  De rechtszaak tegen defensie is opgestart door een zestal partijen, waarvan twee centrales. Als eerste oordeelt de rechter over de ontvankelijkheid. Een vooral formeel punt. Omdat individuele bonden niet zijn toegelaten tot het sectoroverleg Defensie worden sommige eisers door de rechter niet-ontvankelijk verklaard.  Welke regeling is volgens de rechter afgesproken? Daarna gaat de rechter over tot een inhoudelijk beoordeling. Volgens de rechter is de kernvraag of is overeengekomen dat er voor militairen vanaf 1 januari 2019 een middelloonregeling zal gelden. Bij de beantwoording van die vraag vertrekt de rechter bij de opvatting van de Staatssecretaris van Defensie. Defensie is van mening dat dit het geval is.  De rechter kent vervolgens heel veel waarde toe aan de afspraken die in het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 staan. Daarin staat volgens de rechter duidelijk dat de huidige eindloonregeling zal worden verlaten, zonder dat daarbij

Read more

Rechter Amsterdam stelt bonden in het gelijk tegen het ABP

De kort gedingrechter in Amsterdam heeft de bonden in het gelijk gesteld in hun rechtszaak tegen het ABP. De belangrijkste eisen van de bonden zijn toegewezen. De eisen die door het ABP zijn ingesteld als reactie daarop  zijn door de rechter afgewezen. Wij zijn blij met de uitspraak zelf, maar meer nog met de onderbouwing van de rechter. In de rechtszaak tegen het ABP staat de vraag centraal of de communicatie van het ABP onrechtmatig is. Het ABP verteld onze leden al een tijd lang dat per 1 januari 2019 definitief een middelloonregeling zal gelden. De rechter splitste die centrale vraag in de uitspraak op in een aantal deelvragen. Staat vast dat vanaf 1 januari 2019 uitsluitend een middelloonregeling geldt? Kan en mag het ABP zelf beslissen een eventueel door de werkgever en werknemers overeen te komen eindloonregeling niet uit te voeren? Zijn er gronden om het ABP te ontheffen van een eventuele verplichting tot uitvoering van een eindloonregeling. Geldt vanaf 1 januari 2019 een middelloonregeling? De rechter laat weten kennis te hebben genomen van de uitspraak van de rechter in Den Haag in het kort geding van de bonden tegen defensie. Hij stelt echter ook vast dat het onbekend

Read more